AI generated
Drie pionnen voor een stuk (in het Siciliaans)
Een stuk of drie pionnen: wie wil wat?Openingstheorie is quasi oneindig, soms kunnen kleine wijzigingen in de stelling een groot gevolg hebben – zie bv dit artikel, waar de verdediging van punt b7 in de zwarte stelling een sterk verschillend effect kan hebben op het eindresultaat. Daarnaast zijn er talrijke transposities mogelijk, niet enkel tussen stellingen in eenzelfde variant, maar ook tussen verschillende openingen. Zo dacht ik een paar jaar geleden een Nimzo-Indiër op het bord gebracht te hebben, maar vond Chessbase bij het toekennen van een ECO-code dat het een Hollandse partij was.
Dat gelijkaardige wendingen in verschillende stellingen kunnen voorkomen, hoeft ook geen betoog. Bepaalde tactische wendingen (bv het loperoffer op h7) komen voor in tientallen stellingen, en zijn zeker niet opening-gerelateerd. Maar net door de specifieke omstandigheden die een opening creëert, komen bepaalde wendingen wel vaker voor in sommige openingen dan in andere.

In bovenstaande stellingen liet ik me tot twee maal toe verleiden tot het stukoffer op b5 – wit krijgt drie pionnen (ook pion d6 valt). Het is niet de beste keuze in beide stellingen, maar het is leuk, en op lichess speel ik nu eenmaal niet echt voor rating, maar om ervaring in bepaalde stellingen op te doen. Vaak worden snel de dames geruild, en dan is het de vraag of de drie witte vrijpionnen snel genoeg kunnen oprukken om het extra stuk van zwart te compenseren.

De derde stelling komt uit een recente blitzpartij van mij op lichess (zwart heeft net lang gerokeerd). Hier had ik de veel betere zet 16.a2-a4 ter beschikking, maar my mind was set on 16.Lxb5? axb5 17.Pxb5 Db8? (17...Da5!) 18.Pxd6? (18.De2!) 18...Lxd6 19.Dxd6 Dxd6 20.Txd6 Kc7 21.Thd1 Lc8? en nadat alle torens geruild werden op d8, kon ik het gelijke eindspel met wat geluk nog naar mij toe trekken.
Dat dit wapen ook tot het arsenaal van grootmeesters behoort, toont de vierde stelling (en dit artikel, dat ik pas ontdekte na het schrijven van mijn artikel), uit een rapidpartij die ik een groot jaar geleden speelde tegen Alexandre Dgebuadze. Hier aarzelde hij niet om te offeren op b5 en al snel ging ik de dieperik in, hoewel de stelling gelijk is.
Eén van de modelpartijen met dit thema is de partij Bronstein-Najdorf, uit de match Argentinië-USSR in 1954. Ik kwam uit op deze partij bij het naspelen van de partij Soltis-Browne (USA NK 1974), waarin Soltis (in zijn uitstekende autobiografie Deadline Grandmaster) naar deze partij verwijst. Maar terwijl het offer van Bronstein misschien wel de beste zet is in de stelling, is Soltis' offer in diens opening dat niet - na enkele zetten moet hij bekennen dat zijn opening "a train wreck" was.
Een stuk voor drie pionnen is een relatief zeldzame ruil in de opening. Ik kan me enkel een dergelijke variant herinneren in het Slavisch (1.Pf3 d5 2.d4 c6 3.c4 Pf6 4.Pc3 dxc4 5.a4 Lf5 6.Pe5 e6 7.f3 Lb4 8.e4 Lxe4 9.fxe4 Pxe4 10.Ld2 Dxd4 11.Pxe4 Dxe4+). Dit is de Krause-aanval – Lichess houdt het op de Wiesbaden-variant in de Tsjechische variant van het Slavisch (D17). De variant is correct (lees: gezond, hoewel voordelig voor wit (+0.60)), maar leidt vaak tot remise, omdat er een dynamisch evenwicht is tussen het materiële voordeel van de drie pionnen tegen een eerder zwakke loper, en een witte stelling met een koning in het open veld. Eind jaren 80, begin jaren 90 was dit heel populair, ook op topniveau. Kramnik geloofde sterk in de witte stelling (7,5/9 met wit!), terwijl Bareev (5,5/9) en Khalifman (5/10) eerder in zwart vertrouwen hadden. De variant is 85 jaar oud en kwam voor het eerst voor in Enevoldsen-Piazzini, ol 1939.
De andere openingsvariant waarin een stukoffer voor drie pionnen voorkomt (Frans Steinitz, Boleslavsky-variant, meer bepaald de variant na 8.Pa4 Da5 9.c3 cxd4 10.b4 Pxb4 (?) 11.xcb4 Lxb4) waarin zwart een stuk offert voor initiatief en drie pionnen) is eigenlijk zo goed als verliezend voor zwart (SF geeft al snel +1.2 voor wit) en wordt op topniveau niet meer gespeeld (hoewel het op clubniveau wel goed kan uitpakken als verrassingswapen). De referentiepartijen zijn hier Timman-Kortchnoi (1-0, Swift Brussel 1987) en twee partijen tussen Timman en Yusupov. Sinds begin jaren 90 wordt de variant niet meer gespeeld wegens feitelijk weerlegd (wit heeft een monsterscore).
Voor de volledigheid vermeld ik nog het loperoffer op b5 in de Sveshnikov, maar dat is bij correct spel ook remise (en dit gaat maar om twee pionnen). Bij correct spel wel te verstaan – bekend is hier de partij Shirov-Kasparov, die Kasparov won. Ongetwijfeld zijn er nog vele grote en kleine gambietvarianten die ook dergelijke wendingen hebben (in openingen die ik niet speel), maar dit artikel was slechts een korte introductie. Remember, chess is fun!