lichess.org
Donate
opgeven in gelijke stelling

eigen foto

Schaakblindheid

ChessEndgame
Opgeven in gelijke stelling: het kan iedereen overkomen.

Op de voorbije olympiade gaf Thibaut Vandenbussche op in een gelijke stelling, omdat hij een schijnoffer niet zag. Je verwacht het niet van een speler van dat niveau, maar het was symptomatisch voor de matige vorm van een groot deel van het Belgische team.

Onlangs was ik aan het surfen op sites van Vlaamse clubs en op de site van Bredene vond ik dat François Vanhoorne 20 jaar geleden overleden was. Reden om eens te kijken naar onze onderlinge partijen – onze eerste partij heb ik altijd onthouden. Tegen hem verknalde ik een gewonnen partij in de Caïssa-beker in 1987. Hij kwam net terug uit een decennialange onderbreking van het schaakbord, ik speelde amper 3 jaar in clubverband en had nog altijd geen rating. Na hem vanuit een mindere opening een hele partij gedomineerd te hebben, trok hij in het eindspel de stelling gelijk en won uiteindelijk zelfs nog, terwijl de slotstelling remise was (zag ik pas achteraf).

<iframe width="600" height="371" src="

https://lichess.org/study/embed/alUQAQPs/RZEQqP1v#1
" frameborder=0></iframe>

Je zou voor minder stoppen met schaken...
Een opmerking in de rand: ik denk dat ik al mijn partijen verloren heb met deze materiaalverhouding, ongeacht of ik de toren of de twee lichte stukken had.

Dat was niet mijn enige zwak moment in een officiële partij. Jaren later (oktober 2004, dus net 20 jaar geleden) gaf ik op in het vroege middenspel in een interclubpartij, omdat ik in de ingewikkelde stelling geen goede voortzetting voor mezelf meer zag. In de slotstelling sta ik zelfs iets beter, maar ik zag spoken rond de zwarte b2-pion, die me onhoudbaar leek.

<iframe width="600" height="371" src="

https://lichess.org/study/embed/alUQAQPs/ftpyD5iV
" frameborder=0></iframe>

En recent gaf ik weer op in een gelijk staand eindspel (na een lange, spannende partij, waarin ik na dom pionverlies erin geslaagd was om alle gaten te dichten, mijn pion terug te winnen, en zelfs matdreigingen kon creëren). De manier waarop was bijzonder: ik keek enkel naar de hoek waarin mijn koning mat dreigde te lopen, hoe ik ook reageerde op de schaakzet van wit. Pas toen de witspeler me na mijn opgave wees op de mogelijkheid Dc3, besefte ik dat ik te vroeg had opgegeven (in de onderstelling dat het mat dat wit dreigde onweerlegbaar was).

<iframe width="600" height="371" src="

https://lichess.org/study/embed/alUQAQPs/9tvYiK5K
" frameborder=0></iframe>

Dus tja, wat hiervan te denken – dit zijn de drie meest markante blunders in dit verband uit mijn schaakcarriëre (van 800+ officiële partijen). Ik heb stukken ingezet, ik heb slechte zetten gedaan, ik heb mooie (en heel simpele) combinaties van mijn tegenstanders over het hoofd gezien, maar opgave in gelijke stelling, het blijft iets wat ik op geen andere manier kan verklaren, dan te stellen dat er ergens een kortsluiting optreedt, die je verhindert van alle mogelijkheden nog eens af te lopen, om te checken of het echt zo hopeloos is. Misschien is het advies: speel nog één, twee zetten verder, voor je opgeeft, maar als je de remisevariant niet ziet, heeft dat ook weinig zin. Wel heb ik ooit eens een winnende zet (een redelijk mooi offer) niet gespeeld, omdat ik in gierende tijdnood zag, en het niet volledig vertrouwde. Ik speelde een passieve zet en kon zo goed als meteen opgeven. Maar dat verhaal is voor een andere keer.