eigen foto
Schaaktraining - een persoonlijke invulling (deel 3)
Deel drie van mijn zoektocht naar de magische formule om beter te worden in schaken...In dit derde deel van mijn herstart ga ik nog wat dieper in op hoe ik vorderingen maakte. In deel 2 ging het over openingen, waarbij de focus lag op het goed beheersen van twee openingen per kleur, met de bijhorende middenspelplannen.
Dat vormt dus een naadloze overgang naar strategie - los van de openingen. Hier vond ik eerst dat Rubinstein voor mij de geknipte persoon was om strategie en de typische uit het middenspel volgende eindspelen te leren. Je hebt als leermodel beter niet een Lasker, Kortchnoi of een Tal, om de simpele reden dat zij vechtschaak speelden, minder het bord en meer de tegenstander bespeelden. Dat is nu ook iets wat ik wel graag doe, maar bedoeling was om beter te worden op mijn zwakke punten, niet mijn sterke punten verder uitbouwen. Of zoals Carlsen het zegt: om beter te worden moet je niet enkel je plafond verhogen, maar ook je laagste niveau omhoog brengen. Rubinstein heeft dan weer het nadeel dat mijn repertoire zijn repertoire niet is. Uiteindelijk verliet ik het model van een “vaste” leermeester en ging meer uit van voorbeeldpartijen, zoals die vaak in openingsboeken voorkomen.
Voor eindspelen had ik al materiaal genoeg, zonder dat ik mij iets nieuws moest aanschaffen. Ik legde het zwaartepunt op pion-, loper- en toren-eindspelen, wegens belangrijk genoeg. Immers, ook als ik mijn partijen bekijk zit ik aan 10% toreneindspelen die in mijn partijen voorkomen. Goed trainingsmateriaal vond ik in De la Villa’s boeken en Nunn’s 100 Endgames (die er eigenlijk een 400-tal zijn, omdat elk eindspel met vier voorbeelden geïllustreerd wordt). Tijdens verlofperiodes kwamen daar occasioneel nog andere boeken bij (Euwe, Cheron, Levenfish, Muller, ...), hier en daar aangevuld met iets uit mijn archief.
Mijn trainingsprogramma ontstond vanzelfsprekend niet meteen in zijn finale vorm – in 2016 had ik al eens een poging ondernomen, maar die poging strandde na 2 maanden. Ik was met internetschaak gestart met een gemiddelde rating van 1800, steeg even tot 1885 en eindigde met 1840. Na de herstart op 11 november 2019 steeg ik algauw tot 1900, en dat was voornamelijk dankzij het oplossen van tactische stellingen op chess.com, playchess en lichess, waar ik na korte tijd (geflatteerde) pieken haalde van meer dan 2100. Deze hoge ratings werden gecompenseerd door minder goede blitzratings op de schaakservers. Vandaar dat ik enkel het gemiddelde van al die ratings opvolgde – een occasionele slechte dag wordt uitgemiddeld, en je ziet beter de trend van je vooruitgang ... of stagnatie.... De figuur hieronder toont mijn vooruitgang na ongeveer twee jaar.

Uiteindelijk zat ik op een niveau wat – voor mijn sterkte – logisch wass, maar er was duidelijk ook stagnatie merkbaar. Het blijft moeilijk om je niveau te verbeteren, eens je een bepaalde intrinsieke speelsterkte bereikt hebt. Ik kan zeker aantonen dat mijn algemene schaakkennis verbreed is, maar in de praktijk zijn er nog altijd de occasionele blunders. En succes op internet is geen garantie op succes achter het bord, moest ik al snel na mijn heroptreden inzien. Vooral jeugdspelers met lage ratings (maar met een goedgevulde rugzak aan internetschaak) bleken vele hardere noten om kraken dan vroeger, terwijl schakers van mijn leeftijd eenzelfde daling in elo hadden meegemaakt (met soms dalingen van vele tientallen elopunten in enkele jaren tijd). De impact van Corona op beide leeftijdsgroepen was duidelijk.
In de grafiek hierboven is er een “klimzone” aan het begin, omdat je als newbie nu eenmaal met een lage rating start. Het eerste plateau rond 1975 elo geeft beter mijn “residuele” speelsterkte weer. Vanaf dat punt schudde ik mijn “roest” af en klom tot 2050 elo. Daarna werd het moeilijker om nog verder te verbeteren. Uiteindelijk liet ik de opvolging van deze gemiddelde rating los, omdat er teveel werk in kroop om dit bij te houden, tijd die ik liever aan rust of training wou besteden. Mijn rating was relatief hoog, omdat lichess nu eenmaal hogere ratings heeft dan chess.com, en met de hoge puzzelratings kwam er nog een schep bovenop.
Een volgende keer ga ik dieper in op het materiaal en de frequentie van sommige trainingen. Maar eerst ga ik even off air dit weekend.