Herinneringen van twee schaakvrienden
Boekbespreking: Herinneringen van twee schaakvrienden (Timman & Böhm)
Het testament van Jan Timman: een aanrader.Dit is een speciaal boek. Toen ik het kreeg (letterlijk, van Mark De Smedt, clubgenoot in Brasschaat), bladerde ik het snel even door: veel tekst, weinig partijen, (zeer) veel foto’s en toch 343 pagina’s, wat voor een afscheidsboek best veel is. Dat bladeren resulteerde in een leesmarathon: 2 dagen later had ik het uit.
Het is een apart boek, in die mate dat ik dit type boek (qua opbouw) nog niet gezien heb bij andere schaakboeken. De aanleiding: bij Jan Timman is een quasi ongeneeslijke kanker vastgesteld – het einde is in zicht. Hans Böhm oppert meteen: dan maar een boek van ons leven, nu het nog net kan. Het boek is een bundeling van een massa anekdotes en een zeer persoonlijke invulling van wat het schakersleven betekent, en vormt eigenlijk een categorie op zich. Je hebt schaakboeken die technisch zijn en gaan over opening, middenspel, eindspelen, strategie en taktiek, of je hebt tornooiboeken en biografieën. Short bracht daar met zijn boek “Winning” een aanvulling op: al zijn partijen uit acht tornooien die hij had gewonnen.
En nu komt dit boek, dat gelijktijdig een terugblik is op het schakersleven van Timman en Böhm, alsook een “making of” van datzelfde boek.
Het boek volgt een chronologische structuur; jaar per jaar worden resultaten, projecten en ervaringen overlopen. Mooi is dat de hoofdstukken worden opgedeeld per adres waar Jan Timman gewoond heeft. Immers, dat hangt een beetje samen met zijn gezinssituatie (en evolutie van schaakbohemien tot (letterlijk) gevestigde waarde) en vormt aldus een houvast voor herinneringen. Misschien dat er later wel plakkaatjes aan de gevels van die woningen worden bevestigd, zo van “Hier woonde Jan Timman van 19xx to 19yy”. Een beetje zoals in Rusland de gewoonte is (of in Duitsland, waar in Triberg nog een plakkaat staat voor het huis waar Bogoljubow ooit gewoond heeft).
Je komt in het boek heel wat weetjes en achtergrondverhalen te weten. Zo vond ik het knap dat er closure was rond de partij Timman-Böhm (OHRA 1984), die Böhm een GM-norm kostte, omdat Timman Böhms remisevoorstel weigerde (volgens Timman omdat hij (Timman dus) toen al iets beter stond), en uiteindelijk de partij (en – ongedeeld - het tornooi) won. Mooi dat de protagonisten hier nuchter en eerlijk konden over spreken, en mooi voor de lezer, deze closure. Uiteindelijk had Böhm er vrede mee, en dwong het hem ook een beetje om niet professioneel schaker te worden, maar iets in de rand daarvan. Of een ander weetje: dat Euwe ooit meegedaan heeft aan de cyclus om het WK correspondentie.
Omdat het boek doorloopt tot bijna dit jaar, is het soms verrassend actueel. Of dat hij één van zijn eerste prijzen, een Zwitsers horloge, aan zijn vader gaf, om hem te tonen dat er echt wel geld te verdienen was met schaken. Verder leer ik ook dat Karpov na een Putin-kritische toespraak een harde klap op zijn hoofd heeft gekregen en nooit meer de oude zal zijn. Jammer voor Deinze, maar Karpov zal nooit meer simultaan komen geven.
Hoewel het boek is opgezet als “laatste kans om met Jan Timman te praten”, is het tevens een soort biografie van Hans Böhm. Het gaat immers over hun vriendschap, en dan is het niet meer dan normaal dat Hans een (bijna) 50/50 verhouding krijgt in de tekst. Niet in de partijen en studies, die zijn van Jan alleen – immers, Hans heeft nog wat tijd om “zijn” in memoriam boek samen te stellen. Het deel van Böhm is best wel interessant, en toont hoe een zeer goed schaker toch perfect kan rondkomen als zelfstandige (zzp’er heet zoiets in Nederland) in en rond de schaakwereld – je hoeft niet noodzakelijk profschaker te worden (en daar zijn best heel wat voorbeelden van, van Milan Vidmar en Samuel Reshevsky over Andy Soltis en Ken Rogoff tot Demis Hassabis.
Het boek houdt een goed evenwicht tussen beide carrières. Böhm ging al snel de mediatoer op en kan beschouwd worden als de grootste promotor van het Nederlandse schaak (qua activiteiten – ik bedoel niet financieel, dat is eerder Van Oosterom of Waling Dijkstra geweest; qua schaakimpact blijft Euwe onovertroffen). Niettemin, in zijn goede jaren was Böhm misschien wel net grootmeesterformaat, dus onderschat hem zeker niet als schaker, maar het is best interessant om een kijkje achter de schermen te kunnen nemen bij wat Böhm allemaal gedaan heeft.
Het boek zelf dan : een softcover, handig formaat (24x16 cm), mooie layout. De tekst van Hans Böhm is blauw afgedrukt, die van Jan Timman in het zwart. De inleidende stukjes zijn in blauw cursief (had voor mij niet gemoeten; blauw = Böhm, zwart = Timman, was voor mij voldoende, maar goed, dat zijn keuzes). De interacties tussen beiden zijn op die manier goed te volgen (zonder dat er telkens Jan: of Hans: moet bijgedrukt worden), zodat de gesprekken bijna live te volgen zijn.
De grote waarde ligt vooral in die aanpak: dit is geen boek dat het verhaal filtert, niet de “officiële gepolijste levenswandel” schetst van twee vrije mannen, die op hun manier hun weg hebben gevonden in het leven. Er is niet geschaafd, het verhaal wordt verteld zoals het verlopen is, zonder opmaak. De gesprekken worden bijna woordelijk weergegeven, en de bezoeken worden gekaderd: soms wordt (alcoholvrije) wijn meegebracht, soms fruit, soms taart, en soms worden bezoeken gewoon uitgesteld, omdat de gezondheidstoestand van Jan er even niet meer tegen kan. Naar het einde van het boek wordt duidelijk dat de oorspronkelijke prognose (minder dan een jaar) juist blijkt te zijn en de pijn dat Jan Timman dan net de publicatie van zijn laatste boek niet zal meemaken is duidelijk merkbaar.
Mooi is ook dat bij elk hoofdstuk een oude vriend, iemand die hen beiden in hun jonge jaren gesteund heeft, of gewoon iemand die jarenlang vriend was, ook aandacht krijgt, en twee bladzijden mag volpraten met een eigen insteek in het verhaal van Jan en Hans. Ook de (actuele) echtgenotes worden niet vergeten: achter elke man staat een vrouw, en dat is voor beiden eveneens het geval.
Zijn er minpunten? Misschien een heel kleintje. Het boek doet soms iets “te volledig” aan (*). De vele tornooien van Timman, met een paar woorden commentaar, tja, ... Misschien was minder volledigheid, en meer kadrering, of een anekdote beter geweest, maar opnieuw, de gustibus et coloribus non est disputandum.
De partijen- en studiekeuze is uitmuntend, en ik kan goed begrijpen waarom er maar een handvol zijn: het is de selectie van een schaker die enkel deze partijen als quasi perfect beschouwt, het zijn de partijen die hij in zijn hart draagt, die hem voortstuwen om toch ooit nog maar eens zo’n partij weer te kunnen spelen. Het zijn de partijen waarvan de schaker vindt: als ze later mooie partijen van mij willen publiceren, laat ze dan één van deze tien kiezen.
De schaakengine is echter onverbiddelijk, en het is meteen al prijs bij de eerste studie (eerste prijs in het Kozlowski Herdenkingstornooi 2011; wit: Ka6, Td4, b4, d5; zwart: Kf2, Tb8, Lc7, b6) ) waar na 1.d6 Ld8 2.Ka7 Tc8 3.Tf4+ Ke3 4.Tf8 b5 5.Kb7 Lc7 de zet 6.Tf2 wel wint, in plaats van het 6.Tf3 van de studie, wat slechts remise oplevert. Maar daar gaat het niet over – dit is een boek over de schoonheid van het schaken (voor mensen), niet over Jan Timmans tien perfecte partijen en tien perfecte studies. Daarom zit er ook geen partijenindex achteraan – dat was helemaal niet de bedoeling.
Dit boek heeft zovele plussen dat de hele kleine minpunten verdwijnen tegen alle andere goede ideeën die dit boek gemaakt hebben tot wat het is: een testament aan de levenslange vriendschap tussen Hans en Jan. Met de vakantie voor de deur zou ik zeggen: kopen en lezen – het boek geeft je een opmerkelijk inzicht achter de schermen van twee schaakvrienden, voor wie geld op de tweede plaats kwam, maar het juiste doen, en je vrij voelen op de eerste plaats. Ik denk dat dit een boek is dat elke schaker misschien wel zou willen schrijven op het einde van zijn leven. Ja, schaken was belangrijk, maar het was niet alles.
Vijf sterren? Oh, ja, zeker.
Wat die memorabele partijen betreft, kan ik zeker Timman-Van Wely aanraden, de zesde partij uit hun felbevochten match in 1998.